U bent hier:

Visie van de KHLeuven op haar studielandschappen

Via haar studielandschappen wil de KHLeuven

  1. bijdragen aan de vormgeving van een hedendaagse leeromgeving van de studenten en lectoren waarbij zij zowel individueel als in groep
    1. informatie kunnen opzoeken,
    2. informatie tot kennis kunnen verwerken en
    3. kennis kunnen delen met anderen;
  2. specifieke diensten opstarten en ontwikkelen en/of optimaliseren m.b.t. informatievaardigheden.
     

Deze doelstellingen kaderen in de algemene aandacht voor informatievaardigheden binnen de Associatie KULeuven, waarvan de leerlijn informatievaardigheden, zoals ontwikkeld binnen het DIDL-project, één van de voornaamste realisaties is. Ze moeten ook gezien worden tegen de achtergrond van het beleid binnen de hogeschool i.v.m. plagiaatpreventie.

Uitwerking

Om deze algemene doelstellingen te realiseren, voorziet de KHLeuven het volgende:

  1. Ze biedt de nodige middelen voor haar studenten en personeel om kwalitatief goede informatie die gerelateerd is aan het curriculum op te zoeken. De studielandschappen bieden daarvoor elk een collectie van gedrukte en elektronische documenten aan. Hun collectievormingsbeleid wordt gekenmerkt door volgende elementen:
    1. De studielandschappen streven ernaar om de collecties zo actueel mogelijk te houden. Daartoe hanteren ze expliciete criteria voor het aankopen en wieden van materialen. Deze criteria worden afgesproken met de diverse bibliotheek- en mediatheekraden.
    2. Ze streven naar een evenwicht tussen print- en non-print-materialen. Hoewel het aantal non-print-materialen steeds toeneemt, bevatten de collecties een substantieel aantal print-materialen: boeken en tijdschriften. De reden hiervoor ligt in de specifieke aard van de opleidingen: het (Nederlandstalige) materiaal gericht op studenten uit bacheloropleidingen is (momenteel) immers weinig in digitale vorm verkrijgbaar.
    3. Ze werken samen met andere partners binnen de Associatie KULeuven en binnen de Vlaamse bibliotheken voor hoger onderwijs. Deze samenwerkingen nemen verschillende vormen aan:
      1. Binnen de Associatie heersen afspraken m.b.t. bewaarbeleid en collectievorming. Deze bepalen wat er met afgevoerde materialen moet gebeuren, welke bibliotheken optreden als bewaarinstelling voor sommige materialen en waar de accenten liggen bij de collectievorming. Speciaal voor wat betreft (anderstalige) wetenschappelijke studies worden studenten en lectoren in de KHLeuven doorverwezen naar de gespecialiseerde collecties van de KULeuven.
      2. Binnen de Associatie werd ook afgesproken dat alle studenten en personeelsleden vrij toegang krijgen tot alle bibliotheken van de Associatie en dat zij dezelfde uitleenvoorwaarden krijgen als de studenten en personeelsleden van de eigen instelling
      3. Eveneens werd binnen de Associatie een gunstig tarief afgesproken voor interbibliothecair leenverkeer, zodat studenten en personeelsleden relatief goedkoop materialen uit andere bibliotheken van de Associatie kunnen aanvragen.
      4. M.b.t. de collectievorming van elektronische bronnen volgt de KHLeuven de afspraken die de Vlhora en de VLIR maken met de leveranciers van elektronische databanken. Waar geen samenwerkingsafspraken bestaan, kunnen de KHLeuven-bibliotheken eigen initiatieven nemen om haar aanbod te optimaliseren.
    4. De nadruk bij de samenstelling van de collectie ligt in de KHLeuven op Nederlandstalig materiaal. Sommige deelcollecties kunnen een relatief groot aantal anderstalige materialen bevatten als dat nodig is. Zeker op vlak van elektronische bronnen is het aanbod vooral Engelstalig; het is nog steeds onmogelijk om voldoende Nederlandstalige elektronische documenten aan te kopen. De KHLeuven wil ook buitenlandse studenten die er studeren in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s voldoende Engelstalige literatuur aanbieden opdat zij hun studie tijdens hun verblijf aan de hogeschool optimaal zouden kunnen voortzetten.
    5. Er is ruimte voor differentiëring bij de samenstelling van de collecties. Deze differentiëring is gebaseerd op het feit dat er grote verschillen zijn in de aard van de opleidingen. Dit betekent o.a. - dat de collecties niet even groot hoeven te zijn; - dat ook de budgetten voor aankoop ook niet noodzakelijk even groot hoeven te zijn of dat niet elk departement noodzakelijk evenveel per student aan collectievorming besteedt; - dat er een verschil kan zijn m.b.t. het aandeel anderstalige materialen in de collecties.
    6. De studielandschappen doen het nodige om de collecties te ontsluiten. Dit gebeurt door volgende middelen:
      1. Toetreding tot het Libisng-net (vanaf 2012), waarin alle collecties van de Associatie samen ontsloten worden.
      2. Aanbieden van de nodige informatie over de beschikbare digitale bronnen via een website en via informatie op het elektronisch leerplatform.
      3. Uitbouwen van een repository van electronische versies van eindwerken en eventueel van andere documenten, ontsluiten van elektronische leerobjecten,…
  2. De KHLeuven biedt de nodige infrastructuur aan om informatie op te zoeken en te verwerken:
    1. De hogeschool biedt in elke vestiging een modern en goed uitgerust studielandschap aan. De omvang, de indeling, het meubilair, de ICT-uitrusting van deze studielandschappen laat toe dat studenten, personeel en bepaalde groepen externen in optimale omstandigheden, in groep of individueel informatie kunnen opzoeken, verwerken en delen.
    2. De KHLeuven voorziet de nodige instrumenten om de digitale collecties op een gebruiksvriendelijke manier te doorzoeken: off-campus-toegang via de Associatie-stuiterproxy, mogelijkheid tot zoeken doorheen meerdere elektronische bibliotheken tegelijk (federated search), koppeling van individuele elektronische tijdschriften aan het geheel van de elektronische bibliotheken, aanbieden van SFX-mogelijkheden in de elektronische bibliotheken,…
    3. De KHLeuven voorziet de nodige tools die toelaten informatie persoonlijk te verwerken zoals bibliografische software.
  3. De KHLeuven voorziet ook de nodige instrumenten om kennis formeel en informeel te delen: bv. video- en webconferencing, repositories, wiki’s, blogs… Ze ondersteunt het delen van kennis ook door middel van het faciliteren van bv. Webcollecties en domeinspecifieke portalen voor de opleidingen en vakgroepen.
  4. De KHLeuven draagt er zorg voor dat in de studielandschappen competent personeel aanwezig is. Ze ziet de competenties van dat personeel in de lijn van de SERV-profielen Bibliothecaris/Informatiemanager en Bibliotheekmedewerker/Informatiebemiddelaar, beide van 2009. In het bijzonder benadrukt ze volgende competenties:
    1. Voor de verantwoordelijke van een studielandschap
      1. Oog hebben voor de integratie van informatievaardigheden in de curricula en meewerken aan een jaaroverschrijdende leerlijn informatievaardigheden binnen de opleidingen in samenwerking met de departementale stafmedewerker/coördinator Onderzoek en Innovatie.
      2. Een aanbod van verschillende producten en diensten voorzien voor lectoren en studenten d.m.v. een collectievorming die in overeenstemming is met de curricula.
      3. Werken aan een goede communicatie tussen medewerkers en lectoren/studenten.
      4. Oog hebben voor e-learning in de curricula in samenwerking met de departementale stafmedewerker/coördinator Onderzoek en Innovatie.
      5. Zorgen voor een ruim aanbod van digitale informatiebronnen.
      6. Zich bewust zijn van de juridische aspecten van het omgaan met informatiebronnen en kunnen de gebruikers daarop wijzen.
      7. Oog hebben voor de uitbouw van een studentgecentreerde infrastructuur: open zones, afgesloten ruimtes, software-pakketten.
      8. Oog hebben voor opleiding en innovatie van de medewerkers mediatheek/studielandschap.
    2. Voor elke medewerker van een studielandschap:
      1. Studenten de meest geschikte methode en instrumenten voor het vinden van informatie helpen kiezen.
      2. Doeltreffende zoekstrategieën beheersen.
      3. Zich bewust zijn van de juridische aspecten van het omgaan met informatiebronnen en de gebruikers daarop kunnen wijzen.
      4. Informatie verstrekken.
      5. Ontsluiten van de collectie. Informatieaanbod/collectie toegankelijk maken. Administratie verrichten.
      6. Ondersteunen van het zelfstandig leren. Begeleiden en instrueren.
      7. Specialist zijn in het zoeken en vinden van informatie.
      8. Functioneren binnen de organisatie.
      9. Eigen deskundigheid opbouwen.